Cordillera de los Andes

Het is halfzeven ‘s ochtends wanneer ik uit het venster kijk. Een taxichauffeur claxonneert zenuwachtig, twee enkel in een handdoek gehulde hoertjes lopen naar buiten, pogend enige seksuele appetijt bij de chauffeur op te wekken.
Een oudere man strompelt zichtbaar beneveld naar buiten. Terwijl de klant van het bordeel, de klant van de taxichauffeur wordt, lopen de meisjes giechelend naar binnen, waarbij de ene de andere met een vlotte beweging van haar handdoek ontdoet. De taxichauffeur beleeft vroeg in de ochtend al zijn hoogtepunt van een waarschijnlijk lange werkdag.

Aan de noordzijde van Puerto Natales komen de arbeiders die tewerkgesteld zijn in de havengebieden van de zuidelijkste dorpjes van Chili met één welbepaald doel, en de meisjes uit Calle Baquedano zijn daarvoor het medium.
Oscar, de padre familia van het gastgezin waar ik verblijf –en zelf machinist op een ferry- vertelt het me zonder veel omwegen. Het cliënteel liet na de de komst van de bordelen in de straat zijn café links liggen. Enkel zwervers vinden nog de weg naar zijn kroeg. Daar krijgen ze voor een handvol pesos een limonadeglas wijn dat ze traag opdrinken, zodat ze voldoende warmte van de houtkachel kunnen stelen voor ze terug de koude worden ingejaagd.

Toch vang ik bij Oscar geen geweeklaag op over de gang van zaken in zijn café. Prostitutie is hier geen taboe. Volgens mijn gastheer past het mooi in het sociale gemeenschapsleven in Puerto Natales. In het anders zo katholieke Chili maken ze er hier blijkbaar geen probleem van. Oscar maakt zich geen zorgen over zijn café, hij verdient goed zijn brood als havenarbeider. Hij wijst me zijn drie wagens als het bewijs van zijn welvaart. Ik probeer bewondering te veinzen, wanneer ik zijn oude, door corrosie aangetaste wagens zie staan. Chili is één van de weinige landen die volgens de statistieken (nog) niet hard hoeft te lijden onder de wereldwijde financiële crisis en heeft dit vooral te danken aan de staatsreserves van de koperexport.

Reizigers kiezen Puerto Natales als uitvalsbasis naar het Nationaal Park Torres del Paine. Ook hier is er geen tekort aan reizigers uit alle windstreken om deze ongerepte natuur te bezoeken.

Mijn drie Belgische kompanen: Bram, Dieter en Hendrik, zoals ik ze graag alfabetisch sorteer, verblijven in een hostel aan de waterkant van de stad. Spijtig genoeg kon ik ze niet meesmokkelen bij mijn couchsurfhosts. La Familia –zoals ze zichzelf heten- houdt er nochtans een gewoonte op na om reizigers te verzamelen al ware het postzegels. Sinds de laatste jaren hebben ze al aan meer dan duizend bohemiens onderdak verleend. Maar vandaag is het zelfs voor mij vechten voor een slaapplaats. Maar liefst veertien anderen zijn vandaag te gast bij Oscar en Gloria. Het is een zoete inval in een Babylonisch taaltje. In ruil voor de gastvrijheid wordt er lief verzocht om het benodigde trekkersmateriaal voor het nationaal park bij hun te huren. Bij het afscheid kan men tevens anoniem een bijdrage stoppen in een spaarpot die in het midden van de woonkamer als een soort totempaal staat. Toch heeft deze clandestiene herberg een warm en authentiek karakter. Iedereen schuift vrolijk mee aan tafel voor het eten en de glazen worden in een hoog tempo bijgevuld met Chileense wijn. Mama Gloria ontfermt zich tevens over deze reiziger die ondertussen ziek is geworden.

De koorts dwingt me om voor het warme dons te kiezen en mijn Belgische reispartners te laten voorgaan naar Torres del Paine –samen met 13 van de couchsurfers ten huize Gloria en Oscar. Ik blijf alleen achter met ‘El Russo’, een Rus die hier blijkbaar al bijna drie weken inwoont, omdat hij zijn voet bezeerde bij het stappen. Sinds ik alleen met hem ben achter ben gebleven heb ik een achterdocht jegens dit obscure personage ontwikkeld. Hij weigert mijn aanwezigheid te erkennen, antwoord zelden op mijn vragen, maar praat honderduit met Gloria, Oscar en hun drie kinderen. Waar hij vandaan komt noch waar hij naartoe gaat is voor niemand duidelijk. De gastvrijheid van het gezin contrasteert fel met de houding van de Rus naar mij toe.

Na twee dagen te bed ben ik er compleet bovenop en trek ik mijn vrienden achterna.

Het weer is guur bij aankomst, maar na anderhalf uur stappen lossen de wolken op boven het Lago Nordenskiöld. Mijn thermisch ondergoed lijkt niet te ademen zoals de verpakking mij nochtans beloofd had en al snel mag ik enkele onderdelen van mijn kledij uitspelen. Wanneer de zon hier schijnt, slaat ze hard toe, de ozonlaag is hier heel dun en eens aan de laatste kampplaats voor de klim naar de Torres del Paine merk ik dat mijn onbedekte lichaamsdelen mooi geblakerd zijn. Hier kruis ik het pad van Bram, Dieter en Hendrik. Samen zullen we de laatste klim aanvatten en daarvoor willen we vroeg uit de veren om de climax: het zien van de Torres del Paine (blauwe torens in het Tehuelche) bij zonsopgang.

Wanneer om half vier ‘s nachts de wekker afgaat, slaat mijn ochtendhumeur keihard toe. Wanneer de anderen dan ook nog eens opmerken dat ik treuzel en ik merk dat mijn hoofdlamp constant naar beneden klapt bij elke stap (zodat enkel mijn schoenen verlicht zijn), verspreidt mijn woede en onvrede zich over alle aardlingen. Gelukkig kom ik er op dit uur van de nacht niet zoveel tegen.

Alain de Botton maakt in De Kunst van het Reizen een wijze bedenking. Iedereen die op reis gaat maakt steeds een grote inschattingsfout als hij zijn reis plant op basis van artikels en foto’s en hij daarbij het gevoel krijgt dat hij op die plaatsen pas echt gelukkig zal zijn. We vergeten dat we naast al dat moois, ook onszelf meenemen en die persoon ligt af en toe eens dwars. In mijn geval houdt dat in dat ik niet aan te spreken ben vroeg in de ochtend en elke vorm van ongemak geëxtrapoleerd wordt waardoor ik het gevoel krijg dat de hele wereld zich tegen mij keert. Samengevat, dit waren niet mijn meest heuglijke momenten van deze reis.

Zonder veel woorden trekken we in een hoog tempo bergopwaarts, waardoor sommigen ons verwarren met een ultraloopteam. Het zorgt ervoor dat we snel opwarmen, wat nodig zal zijn eens in de wolken. Het laatste halfuur stijgen we boven de boomgrens en vinden we onze weg tussen de rotsen. Het is nog pikdonker en de wens voor een heldere nacht leek tevergeefs. Ik heb daarbij het gevoel dat we veel te vroeg vertrokken zijn en tevens is er het risico dat de wolken niet zullen wegtrekken bij zonsopkomst waardoor we niets te zien zullen krijgen van de fameuze torens.

We staan eindelijk boven, midden in een wolk, het is aardedonker en we zijn kletsnat van het zweet. Al snel koelen we af. Twee snuggere zielen onder mijn vrienden waren zo slim om hun slaapzak mee te brengen. Het geeft hun tenminste isolatie tegen de wind en de kou. Ik hou me warm met gevloek en gesakker en kan het niet laten om fijntjes op te merken dat we gelukkig niet een half uur later vertrokken zijn, of we zouden het hele spektakel hier gemist hebben. Ik krijg een kwade blik van Bram. Ik betrap mezelf erop dat ik ook hoog in de bergen een kleine persoon kan zijn.

Een halfuur later, speuren we bibberend door het wolkendek naar een teken van pracht. De vingers en tenen zijn al gevoelloos geslagen door de kou wanneer de zon lichtjes door het wolkendek begint te prikken. Kleine stroompjes euforie beginnen ons lichaam binnen te lopen en activeren de verkleumde delen. Een kwartier later zien we door de laatste hardnekkige wolkenpluk de weerkaatsing van het licht op de drie torens. Het zorgt ervoor dat we elkaar terug met een vriendelijke blik kunnen aankijken, de trilling in mijn handen zorgt ervoor dat ik in de onmogelijkheid verkeer om mooie foto’s te nemen, maar dat is even bijzaak. Bij het aanschouwen van het geheel van deze krijtrotsformaties lijkt deze kleine persoon nog veel kleiner.

Onze passages tussen Argentinië en Chili lijken wel een kruissteek. Onze volgende halte is het Nationaal Park Los Glaciares, dicht bij El Calafate in Argentinië. We huren een auto, plaatsen Dieter, de meest verantwoordelijke en meest ervaren chauffeur aan het stuur en rijden richting Perito Moreno: de gletsjer van dertig kilometer lang en vijf kilometer breed is één van de grootste ijsvelden ter wereld. We spenderen een hele namiddag en avond aan de voet van de gletsjer wat al snel bij mij tot verveling leidt, maar dat is het risico als er enkele fotografen mee zijn die kost wat kost die ene mooie foto van de gletsjer willen bij zonsondergang.

Het wachten is het geduld echter waard. Rond de klok van acht begint de zon een wondermooie gloed op de gletsjer te werpen en beginnen er grote delen ijs van de gletsjer te breken. De gletsjer steekt gemiddeld zeventig meter boven het water uit en de neerwaartse kracht van het vallende ijs zorgt voor een donderend geluid en visueel spektakel.

Sinds ik aan de onderzijde van de evenaar verblijf leerde ik al een aantal bijzonderheden, bijvoorbeeld dat de zon hier anders draait dan aan de bovenzijde en dat het badwater in omgekeerde richting wegstroomt. Vandaag leren mijn reisgenoten –die meer wetenschappelijk geschoold zijn- mij de wet van Archimedes (op vraag waarom ijs niet zinkt) en merken we met onze eigen ogen dat het licht effectief sneller reist dan het geluid. Eerst zien we de brokstukken in het diepe ijle vallen, even later pas het geluid van het afscheuren van het ijs.

Ik leer hier wijze lessen, al zijn het niet degene die ik voorheen voor ogen had.

Een lift brengt mij van El Calafate naar El Chaltén, een klein stadje in de schaduw van Cerro Torre en Mount Fitz Roy. Deze toppen in de Cordillera de los Andes zijn ijkpunten op de grens, die nog steeds graag betwist wordt door de Chilenen omdat bijna alle waterbronnen zich op Argentijns grondgebied zouden bevinden. Deze twisten zijn een klein deel van een eeuwigdurend steekspel tussen beide buurlanden. Zo blokkeerde het Chili van Pinochet, de Argentijnse bevoorradingsschepen voor de militairen tijdens de Falklandoorlog. Een doorn in het oog van de Argentijnen die na hun onafhankelijkheidsrevolutie de Chilenen hielpen met hun eigen strijd voor onafhankelijkheid.

De trekking naar Cerro Torre verloopt nog vlekkeloos, maar de dag erna bij een trekking richting Mount Fitz Roy wordt mijn jas door een combinative van eigen nalatigheid en de aanwezigheid van iemand met lange vingers afhandig gemaakt. De jas kon me (blijkbaar letterlijk) gestolen worden, maar de iPod die erin zat met zowat mijn hele muziekbibliotheek was me dierbaarder en de enigste luxe die ik me op deze reis had toegekend. Ik fluister mezelf bijna toe dat het hoort in een vorm van materiële onthechting die past bij deze reis (na het verlies van twee boxershorts en een elektrisch scheerapparaat), wanneer mijn afscheidnemende vrienden hun iPod aan mij geven en zo terug muziek in mijn reis blazen. Een geste die kan tellen en het afscheid nog wat gewichtiger maakt. Morgen scheiden onze wegen en reis ik via El Bolson naar San Carlos de Bariloche waar ik mij in het spoor nestel van de vierentwintigjarige Che Guevara.

El Bolson, donderdag 22 februari 2012

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s