Buenos Aires, bewegen tussen tegenstellingen

Een junior-manager van de Standard Bank in Buenos Aires zal me vanop zijn bureau op twintig hoog amper een blik waardig hebben gegund toen ik zwaargeladen vanuit de haven de Zona Norte naderde. Buenos Aires is volgens de prestigieuse reis– en toerismepublicatie Travel + Leisure de op een na populairste reisbestemming ter wereld (na Firenze). Het Parijs van Zuid-Amerika –zulke vergelijkingen vinden ze hier wel leuk- heeft zelfs een eigen obelisk. Buenos Aires krioelt van de toeristen.

De geur van de stad stoot af: verrotting, verbrande benzine en de verschillende uitwasemingen die uit winkeldeuren ontsnappen. Maar toch boeken we allemaal graag een city trip. De ervaring van de stad is er steeds één waarmee je alle zintuigen nodig hebt. In Buenos Aires is het niet anders, deze stad doet wat met je. Tango, Boca Juniors, ficussen en de eeuwige straatprotesten, maar vraag je het iemand anders, dan krijg je geheid een andere bepaling van Buenos Aires te horen. Buenos Aires heeft vele accenten en kleuren die net als het plan met de verschillende wijken -egaal en bruusk tegelijkertijd- in elkaar overlopen. Ik heb twee nachten geboekt in Florida Hostel Suites, het grootste hostel in Buenos Aires. Dit hostel ligt in de drukke winkelstraat. Een winkelstraat die zichzelf elke 100 meter lijkt te herhalen. Talloze McDonalds, Burger Kings én cosmeticashops, om al dat opgehoopt vet afkomstig uit fastfood te camoufleren. Jongeren zijn hier om te feesten, pub brawls zoals ze deze mooi naar het Engels vertalen voor de toeristen. De staf van het hostel doet vrolijk mee door bij het inchecken te vragen of je mee op stap gaat vanavond. Ik zal wel niet de eerste geweest zijn die in eerste instantie dacht dat het mijn mooie ogen waren. De grote winkelstraat wordt een catwalk in de vooravond en bewijst onmiddellijk waarom deze stad het mekka van de borstvergrotingen wordt genoemd.

Beetje bij beetje maak ik mij deze miljoenenstad eigen. Voorzichtig de eerste wandeling naar het pittoreske San Telmo en de eerste busrit. De voorzichtige stappen op het gerenomeerde Plaza de Mayo, ogen gericht op Casa Rosada, bekend van de toespraken van het presidentenpaar Juan en Eva Peron. Argentinië is trots op zijn Plaza de Mayo, het teken van de revolutie, maar tegelijkertijd staat het symbool voor een eeuwig protest tegen eigen regeringsleiders groot of klein.
Het plein is beschilderd met hoofddoekjes (zouden we in België niet te snel moeten doen), het symbool van de moeders van het Meiplein. Deze moeders kwamen op het plein protesteren tegen de militaire junta in de jaren zeventig en tachtig, omdat talloze van hun zonen verdwenen waren onder mysterieuze omstandigheden. Dertig jaar liepen ze zwijgend over het plein. In 2006 hielden deze protesten op wanneer toenmalig president Kirchner besloot de verdwijningen tijdens de ‘Vuile Oorlog’ te onderzoeken.

Even verderop zie ik een hoek vol spandoeken. Met mijn beperkte kennis van het Spaans heb ik even tijd nodig om alle opschriften te ontcijferen. Falkland-veteranen betogen hier omdat de medische begeleiding na de oorlog voor deze mannen en hun kameraden is weggevallen wegens regeringsbesparingen. Ook kregen deze militairen geen onderscheidingen voor de heldhaftigheid die ze toonden tegen het veel te sterke Britse leger van Margaret Thatcher. Eduardo, één van de veteranen op het plein, belooft me dat de strijd voor gerechtigheid nog lang niet over is. Hij en zijn vrienden zijn ondertussen al vier jaar aan het betogen. Verslagen door de Britten, verraden door de regering, de echte soldaat blijft overeind.

DSCN0280

Elke dag merk ik wel ergens een betoging op. Telkens vraag ik omstaanders wat de drijfveer van dit openlijk protest is, vaak krijg ik het antwoord dat het om niets belangrijks gaat. Soms krijg je als toerist zelfs te horen dat er vandaag geen interessante betogingen gepland zijn. Hoe betogen tot een cultureel erfgoed verheven kan worden.

Ondertussen ben ik ingetrokken bij de lieftallige Noëmie. ‘La Tana’ is een Italiaanse die al vier jaar in Buenos Aires woont en werkt voor de regering. Samen met haar collega’s onderzoekt ze misdaden tegen de mensenrechten uit het verleden. Om deze job naar behoren te volbrengen verdiept ze zich in het rechtssysteem in de universiteit van Buenos Aires. Mij houden aan louter deze beschrijving van Noëmie zou een ander deel van haar persoonlijkheid ontkennen. Ze is vooral een levensgenieter, lui zoals ze zelf zegt en neemt nooit een blad voor de mond. We weigeren formeel te zijn tegen elkaar en sluiten dan maar onmiddellijk vriendschap met een glas Fernet.

Haar wondermooie appartement ligt in Chacarita, een aftandse wijk die vroeger meer aanzien genoot dankzij de grote Joodse gemeenschap. Vandaag ligt de wijk er verwaarloosd bij. Zelfs het voetbalstadion van Club Atletico Atlanta, een tweedeklasser, begeeft het onder zoveel tristesse, Supporters komen er amper nog. Het is werkloos beton en het lijkt alsof het dat zelf ook beseft, beetje bij beetje valt de boel hier uit elkaar.

‘s Avonds troepen de officieuze vuilnisophalers die dag in dag uit de stad doorkruisen zich samen rond het kleine treinstationnetje. Hun aanwezigheid samen met de weinige straatverlichting maakt het geen goed idee om ‘s avonds een halte te vroeg of te laat van de bus te springen als je er geen onveiligheidsgevoel op na wil houden.

Toch merk je al snel bij deze vergeten buurten dat er een nieuwe, eigen dynamiek ontstaat alsof het stilzwijgend zijn onafhankelijkheid wil uitroepen. Chacarita straalt een dorpsfeer uit, om de hoek kan je nog sigaretten per stuk kopen en bij de groenteboer ronden ze steeds naar beneden af. Toeristen zie je in deze wijk van Buenos Aires niet en de mensen alhier lijken ze precies ook niet te missen. De Gentse Muide lijkt plots heel dichtbij.

DSCN0416

Maar ik wou het even over de Joden in Buenos Aires hebben. Niet zoveel steden ter wereld hebben een grotere Joodse gemeenschap en dat is ook onmiddellijk zichtbaar in de vriendenkring van Noëmie. Wanneer ik samen met haar en enkele vrienden wat ga drinken en we samen een asado –de plaatselijke barbecue- eten, blijken ‘La Tana’ als ikzelf de enigste niet-Joden in het gezelschap te zijn. Wanneer ik haar vrienden vraag hoe oud-president Peron het in eigen land kon verkopen om na de tweede Wereldoorlog zoveel Nazi-misdadigers het land binnen te laten, wijten ze dit aan de gespletenheid van deze man. Het Argentinië van Peron bood de gevluchte Joden -meer dan andere landen in Latijns-Amerika- een nieuwe thuis, maar sympathiseerde evengoed met de Nazi-Staten. Deze overpeinzingen over de plaatselijke geschiedenis drukten echter de pret niet. Het bier komt hier uit literflessen, warmt dus des te sneller op, smaakt best wel goed, maar de kater slaat al toe voor de dronkenschap.

Het Museo Nacional wil ik zeker niet overslaan omdat men ook voor Europese kunstenaars hier een krammetje in de muur wil slaan. Goya, Van Gogh, Gauguin, Manet, Rodin en Degas om er maar enkele te noemen. Maar dit museum bezoeken zorgt ervoor dat een Europeaan ook wat bijleert over wat Zuid-Amerika voorstelt op het vlak van schilderkunst. Pueyrredon en Candido Lopez, voorheen compleet onbekend voor mij, weten mij onmiddellijk te bekoren.

De temperaturen lopen verder op richting 38 graden Celsius. De zon smoort de lucht tot een vette brij die amper in te ademen is. Desondanks is het de moeite waard om te slenteren door alle mooie wijken: van San Telmo naar Boca (de wijk van de Tango), richting Recoleta en de parken in Palermo. Soms vind ik de moed niet om de hitte van de straatstenen te bekampen en wacht ik de avonden af om de lift naar beneden te nemen. Op één van die avonden spreek ik af met Eddy, een Gentenaar die hier zijn tenten heeft opgeslaan. In Gent is hij bekend als roots reggae deejay onder de naam Rasteddy. Een aangename verpozing in het Nederlands (dat echte Gents spreken we beiden niet), maar tevens een leuke middag met een interessant man die binnenkort waarschijnlijk in de provincie aan de slag gaat in een bio-landbouwbedrijf. Voorlopig pleziert hij iedereen die er om vraagt met lekkere schotels in een leuke bar in San Telmo waar hij kok is.

Na vijf dagen couchsurfen ben ik ook bij Noëmie de vaste ijskastvuller en poetshulp geworden. Ik heb mijn eigen huissleutel gekregen en krijg zelfs het gevoel dat de katten aan mij beginnen te wennen. Noëmie vertrouwt me toe dat ze me zal missen. Ze zou kunnen doorgaan voor mijn grote zus maar onze wegen zullen echter heel binnenkort scheiden. Ik heb een busticket geboekt richting Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld, wat betekent dat ik 48 uur op de bus zal zitten dwars door Patagonië en drieduizend kilometers extra op mijn teller zal zetten.

De laatste nacht bid ik voor een leuke, gezellige en tevens frisgewassen buurman-vrouw naast mij op de bus.

Buenos Aires, vrijdag 3 februari 2012

DSCN0440

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s